Mercedes-Benz A-Klasse: Parkeren - Parkeerpilot - Rijsystemen - Rijden en parkeren - Mercedes-Benz A-Klasse - InstructieboekjeMercedes-Benz A-Klasse: Parkeren

WAARSCHUWING Als u de auto verlaat terwijl deze alleen door de parkeerpilot wordt afgeremd, kan deze wegrollen als:

Er bestaat gevaar voor ongevallen!

De auto altijd tegen wegrollen beveiligen voordat u deze verlaat.

 Informatie 

Auto's met automatische transmissie:

Als de PARKTRONIC-parkeerassistent obstakels herkent, remt de parkeerpilot bij het inparkeren zelfstandig af. De bestuurder is zelf verantwoordelijk voor het tijdig remmen.  

De auto tot stilstand brengen zolang de gewenste parkeerplek door het parkeersymbool in het combi-instrument wordt weergegeven.

Auto's met automatische transmissie: De transmissie in de stand zetten. Auto's met handgeschakelde versnellingsbak: De achteruitversnelling inschakelen.

  • Op het multifunctioneel display verschijnt de melding Parkeerpiloot starten? Ja: OK Nee: .

    Procedure afbreken: De toets op het multifunctioneel stuurwiel indrukken of wegrijden.

    of

    Met ondersteuning van de parkeerpilot inparkeren: De toets op het multifunctioneel stuurwiel indrukken.

  • Op het multifunctioneel display verschijnt de melding Parkeerpiloot actief Gas geven en remmen Op omgeving letten .

    Het multifunctioneel stuurwiel loslaten.

    Achteruitrijden en hierbij altijd klaar zijn om direct te kunnen remmen. Bij het achteruitrijden circa 10 km/h of langzamer rijden. Anders wordt de parkeerpilot afgebroken.

  • Auto's met automatische transmissie: De parkeerpilot remt de auto af tot stilstand zodra de achterste begrenzing van de parkeerplek wordt benaderd.

    In kleine parkeerplekken kan het nu nodig zijn te manoeuvreren.

    Auto's met handgeschakelde versnellingsbak: Stoppen, uiterlijk wanneer het ononderbroken waarschuwingssignaal van de PARKTRONIC-parkeerassistent klinkt.

  • In kleine parkeerplekken kan het nu nodig zijn te manoeuvreren. Auto's met automatische transmissie: Op het multifunctioneel display verschijnt de melding Parkeerpiloot actief Schakelstand D selecteren Op omgeving letten .

    Auto's met handgeschakelde versnellingsbak: Op het multifunctioneel display verschijnt de melding Parkeerpiloot actief Vooruitversnelling inschakelen Op omgeving letten .

    Auto's met automatische transmissie: Als de auto stilstaat de transmissie in de stand zetten.

    Auto's met handgeschakelde versnellingsbak: Als de auto stilstaat de eerste versnelling inschakelen.

  • De parkeerpilot stuurt direct in de andere richting.

    Op het multifunctioneel display verschijnt de melding Parkeerpiloot actief Gas geven en remmen Op omgeving letten .

    Informatie 

    U bereikt het beste parkeerresultaat als u vóór het wegrijden de volledige stuurbeweging afwacht.

    Vooruitrijden en hierbij altijd klaar zijn om direct te kunnen remmen.
  • Auto's met automatische transmissie: De parkeerpilot remt de auto af tot stilstand zodra de voorste begrenzing van de parkeerplek wordt benaderd.

    In kleine parkeerplekken kan het nu nodig zijn te manoeuvreren.

    Auto's met handgeschakelde versnellingsbak: Stoppen, uiterlijk wanneer het ononderbroken waarschuwingssignaal van de PARKTRONIC-parkeerassistent klinkt.

    Auto's met automatische transmissie: Op het multifunctioneel display verschijnt de melding Parkeerpiloot actief Schakelstand R selecteren Op omgeving letten .

    Auto's met handgeschakelde versnellingsbak: Op het multifunctioneel display verschijnt de melding Parkeerpiloot actief Achteruitversnelling inschakelen Op omgeving letten

    Zodra het parkeren is beëindigd, verschijnt op het multifunctioneel display de melding Parkeerpiloot beëindigd en klinkt er een geluidssignaal. De auto is nu geparkeerd.

    Auto's met automatische transmissie: De auto wordt op zijn plaats gehouden zonder dat u het rempedaal hoeft te bedienen. De remwerking wordt opgeheven als gas wordt gegeven.

    De parkeerpilot ondersteunt u nu niet meer met stuur- en remingrepen. Als de parkeerpilot wordt afgebroken, moet u in elk geval weer zelf sturen en remmen. De PARKTRONIC-parkeerassistent is nog steeds beschikbaar.

    Inparkeeraanwijzingen:

    • Hoe uw auto na het inparkeren in de parkeerplek komt te staan, is afhankelijk van verschillende factoren. Met name de plaats en vorm van de ervoor en erachter geparkeerde auto's en van de plaatselijke omstandigheden. Het kan voorkomen dat de parkeerpilot de auto te ver of niet ver genoeg in de parkeerplek stuurt. Eventueel stuurt hij de auto ook over of op de stoeprand. Eventueel het inparkeren met de parkeerpilot afbreken.
    • De transmissiestand kan ook vroegtijdig worden ingeschakeld. De auto verandert dan van richting en rijdt niet zo ver in de parkeerplek. Als te vroeg wordt geschakeld, wordt het inparkeren afgebroken. Een zinvolle inparkeerstand is vanuit deze positie niet meer mogelijk.
      Zie ook:

      Fiat 500. Motor starten
      Afb. 85 Benzineversies (behalve 0.9 TwinAir 105 pk) trek de handrem aan; kies de vrijstand; trap het koppelingspedaal volledig in zonder het gaspedaal aan te raken; draai de contactsleut ...

      Hyundai i10. Richtingaanwijzer signalen en verandering van rijvak signalen
      Het contact moet op de stand AAN zijn geschakeld om de richtingaanwijzers te laten functioneren. Om de richtingaanwijzer in te schakelen moet de hendel naar boven of beneden (A) worden gezet. ...

      Hyundai i10. Verwarmde stuurwiel (indien van toepassing)
      Als de ontstekingsschakelaar in de AAN stand staat, drukt u op de verwarmde stuurknop om het stuur te verwarmen (De indicatorlamp op de knop zal oplichten.). Druk opnieuw op de knop om de ve ...

    • Modellen: