Uw voertuig is uitgerust met veiligheidsgordels met gordelspanners op de voorstoelen en op de buitenste zitplaatsen achter. De veiligheidsgordel van de bestuurder is uitgerust met het EFD (Emergency Fastening Device).
Het doel van de gordelspanner is ervoor te zorgen dat de veiligheidsgordel strak tegen het lichaam van de inzittende ligt bij bepaalde aanrijdingen. De gordelspanners worden geactiveerd als de aanrijding ernstig genoeg is.
Wanneer plotseling wordt afgeremd of wanneer de inzittende te snel voorover probeert te buigen, wordt de gordel door de blokkeerautomaat vergrendeld.
Bij bepaalde frontale aanrijdingen zal de gordelspanner worden geactiveerd en zal deze de gordel strakker om het lichaam van de inzittende trekken.
1. Blokkeerautomaat met gordelspanner Het doel van de blokkeerautomaat met gordelspanner is ervoor te zorgen dat de schoudergordel strak tegen het bovenlichaam van de inzittende wordt getrokken bij bepaalde frontale aanrijdingen.
2. EFD (Emergency Fastening Device, veiligheidsgordel van de bestuurder) Het doel van het EFD is ervoor te zorgen dat de heupgordel strak tegen het onderlichaam van de inzittende wordt getrokken bij bepaalde frontale aanrijdingen.
Als de gordelspanner wordt geactiveerd en het systeem registreert dat de spankracht van de veiligheidsgordel van de bestuurder of de passagier te groot wordt, zorgt een spankrachtbegrenzer ervoor dat de gordel iets wordt gevierd.
(indien van toepassing)
OPMERKING indien uitgerust met koprolsensor
De gordelspanner wordt niet alleen geactiveerd bij een frontale aanrijding, maar ook bij een aanrijding van opzij of bij over de kop slaan, als de auto is uitgerust met een zijairbag of een gordijnairbag.
OPMERKING zonder koprolsensor
De gordelspanner wordt niet alleen geactiveerd bij een frontale aanrijding, maar ook bij een aanrijding van opzij, als de auto is uitgerust met een zijairbag of een gordijnairbag.
Het gordelspannersysteem bestaat hoofdzakelijk uit de volgende onderdelen.
De plaats hiervan wordt in de afbeelding aangegeven:
Voor een optimale werking van de gordelspanner:
1. De veiligheidsgordel moet goed werken en goed zijn afgesteld.
Lees a.u.b. de informatie en de voorzorgsmaatregelen met betrekking tot de veiligheidssystemen in uw auto, waaronder veiligheidsgordels en airbags, in deze handleiding zorgvuldig door en volg de aanwijzingen op.
2. Zorg ervoor dat u en uw passagiers de veiligheidsgordels te allen tijde op de juiste manier dragen.
OPMERKING
Dat zijn normale verschijnselen en het stof is niet schadelijk.
Daarna zou het lampje uit moeten gaan.
Als het waarschuwingslampje van het airbagsysteem niet gaat branden als het contact in stand ON wordt gezet, als het waarschuwingslampje niet dooft nadat het gedurende ongeveer 6 seconden heeft gebrand of als het waarschuwingslampje tijdens het rijden gaat branden, moet u het systeem zo snel mogelijk laten controleren door een professionele werkplaats. Kia raadt aan om een officiële Kia-dealer/ servicepartner te bezoeken.
Laat het systeem nakijken door een professionele werkplaats.
Kia raadt aan om een officiële Kiadealer/ servicepartner te bezoeken.
Kia raadt aan om een officiële Kia-dealer/servicepartner te bezoeken.
Laat het systeem daarom onderhouden door een professionele werkplaats.
Kia raadt aan om een officiële Kia-dealer/servicepartner te bezoeken.
Hyundai i10. Aanduwen of aantrekken
Een auto met een handgeschakelde versnellingsbak
mag niet worden aangeduwd
of aangetrokken om te starten. Hierdoor
kan het emissiecontrolesysteem beschadigd
raken.
Voertuigen uitgerust met auto ...
Hyundai i10. Cruise indicator
(indien van toepassing)
CRUISE indicator
De indicator brandt als het cruise
control
systeem geactiveerd is.
De cruise-indicator in het instrumentenpaneel
brandt als de cruise control AANUIT
knop op het stuur ingedru ...
Mercedes-Benz A-Klasse. Rijden op nat wegdek
Aquaplaning
Bij een natte rijbaan kan afhankelijk van de hoeveelheid water
op de weg, de snelheid en de profieldiepte aquaplaning optreden.
Daarom bij sterke neerslag of bij omstan ...