Als de lampen van het
bandenspanningcontrolesysteem
branden, heeft een of
meer banden een veel te lage spanning.
Als een lamp gaat branden, verlaag dan onmiddellijk de snelheid, voorkom dat bruusk door bochten wordt gereden en houd rekening met een langere remweg.
U moet zo snel mogelijk de auto tot stilstand brengen en de banden controleren.
Pomp de banden op tot de juiste druk zoals aangeduid op het gevevens in de wagen, of het label op de middenstijl aan bestuurderszijde. Als de banden niet snel kunnen worden opgepompt of als de band na het oppompen weer leegloopt, vervang dan het wiel met de lage spanning door het reservewiel.
De lamp lage bandenspanning kan gaan knipperen voor ongeveer 1 seconden en vervolgens continu blijft branden, als de motor wordt gestart en vervolgens ongeveer 20 minuten ononderbroken met de auto wordt gereden voordat de band met de lage spanning is gerepareerd en weer op de auto is gemonteerd.
Als met de auto van een warm gebied naar een koud gebied wordt gereden, of als de buitentemperatuur veel hoger of lager wordt, moet de bandenspanning worden gecontroleerd en zonodig worden hersteld.
Een te lage bandenspanning zorgt ervoor dat de auto niet meer stabiel is en kan bijdragen aan het verliezen van de controle over de auto en het langer worden van de remweg.
Als wordt doorgereden met een lage bandenspanning, kunnen de banden te warm worden en beschadigen.
Mercedes-Benz A-Klasse. TEMPOMAT-hendel
Inschakelen of snelheid
verhogen
LIM-controlelampje
Inschakelen met actuele
of ...
Mercedes-Benz A-Klasse. Bandenspanningswaarschuwingssysteem opnieuw starten
Het bandenspanningswaarschuwingssysteem opnieuw activeren:
nadat de bandenspanning is aangepast
na het verwisselen van de wielen of banden
nadat ...
Mercedes-Benz A-Klasse. Autonome remfunctie
Als de bestuurder in een kritische situatie niet op de
afstandswaarschuwing reageert, kan het Active Brake Assist
System de bestuurder door een autonome remfunctie ondersteunen.
Doo ...